Aansprakelijkheid Noodfonds werktijdverkorting

Aansprakelijkheid




Aansprakelijkheidsrecht

"Het uitgangspunt van het recht is, dat iedereen zijn eigen schade moet betalen. Uw spullen zijn uw risico."

Toch kan het zo zijn dat iemand anders uw schade moet betalen, ofwel omdat het diens schuld is, ofwel omdat de wetgever vindt dat het voor diens risico komt. De eerste vraag die gesteld moet worden bij schade, is of er wellicht iemand anders is die moet betalen. Bedenk daarbij dat aansprakelijkheid van de ene (bijvoorbeeld een kind) echt geheel lost staat van de vraag of een ander ook aansprakelijk is (bijvoorbeeld de ouder). Hoe meer personen er aansprakelijk zijn, hoe beter. De tweede vraag is namelijk in hoeverre deze mensen draagkrachtig zijn. Immers, van een kale kip kan je niet plukken. Het heeft weinig zin om te procederen tegen iemand waar niets te halen valt. Overigens moet wel bedacht worden dat die persoon wellicht nu geen geld heeft, maar ooit wel. Komt er een vonnis, dan kan een deurwaarder ook jaren later nog schade verhalen. Als derde komt de vraag aan bod of u met de betreffende persoon een overeenkomst heeft of niet.

Aansprakelijkheid uit contracten

Men is namelijk eerder aansprakelijk uit een overeenkomst dan erbuiten, om de eenvoudige reden dat er meer aandacht en zorg verwacht mag worden van iemand die afspraken heeft gemaakt. Vreemd genoeg gaat dit toch ook bij doorgewinterde advocaten nog weleens mis; die procederen tot aan de Hoge Raad dat er sprake is van een onrechtmatige daad van een bank. Dat wordt dan afgewezen omdat de advocaat had moeten zeggen dat er sprake was van wanprestatie, en dus van aansprakelijkheid uit een contract. Bij dat laatste is er een grotere zorgplicht. Daar staat tegenover dat ondernemers graag dergelijke aansprakelijkheid - volgend uit de zorgplicht die volgt uit het contract - uit de weg gaan met behulp van algemene voorwaarden of BV’s. Het kan immers om dermate grote bedragen gaan dat het de onderneming kan omtrekken, en dat is niet de bedoeling. Soms maakt de wet het onmogelijk om aan aansprakelijkheid te ontkomen. Dan worden ondernemers feitelijk verplicht om zich goed te verzekeren. Zo wordt het risico verspreid over heel veel ondernemers, waardoor het te dragen wordt. Risico-collectievering, noemen we dat. Ook worden wel verschillende bedrijfsonderdelen in verschillende BV’s gestopt, zodat de risico’s van de ene tak niet de andere tak kunnen raken. Met BV’s is ook het privévermogen beter te beschermen, tenzij de ondernemer gewoon een boefje is. Dan is hij alsnog op grond van bestuurdersaansprakelijkheid in privé aan te spreken.

Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad

De tweede soort is aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Dat betekent domweg dat iemand (zonder dat er een contract is) iets gedaan heeft dat niet mag. Dat is bijvoorbeeld het geval als iemand opzettelijk eigendommen beschadigt, of andermans logo misbruik. Het kan zijn dat er schade is omdat bijvoorbeeld de wegenverkeerswet is overtreden. 

Vaak ook gaat het om kwesties die vallen in de nogal vage categorie “handelen in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.” Dat komt erop neer dat wij in Nederland collectief vinden dat zoiets niet hoort. Stel dat op de eerste verdieping van een bedrijfspand waterleidingen springen, dan mag de bewoner op de benedenverdieping niet weigeren om de hoofdkraan dicht te draaien of daar toegang toe te verschaffen. Er is geen enkele wet die hier specifiek over gaat, en ook is er geen sprake van een inbreuk op een specifiek recht, maar we vinden gewoon dat zoiets niet hoort. Gelukkig hebben rechters met behulp van allerlei categorieën geprobeerd het inzichtelijk te maken wanneer je schadeplichtig kan zijn, wanneer niet. Daarbij kan het gaan om gevaarzetting, hinder, sport&spel, et cetera. Voor al deze categorieën gelden andere criteria. Logisch ook, want je mag normaal iemands shirt echt niet scheuren, maar in een bokswedstrijd kan zoiets nu eenmaal gebeuren.

Wettelijke aansprakelijkheid

In alle gevallen van de onrechtmatige daad heeft degene die moet betalen schuld, of vinden we in elk geval dat het voor zijn of haar risico komt (iemand die net zijn rijbewijs heeft, heeft niet perse schuld van een onhandigheid, maar het komt wel voor zijn rekening). Dan zijn er ook nog allerlei gevallen dat er geen schuld is, maar dat de wetgever nu eenmaal vindt dat deze persoon moet betalen; bijvoorbeeld omdat hij of zij er ook allerlei voordelen van geniet. Bijvoorbeeld de werkgever, dus nu eenmaal ook geld verdient aan zijn ondergeschikten en dus moet betalen als daarbij iets fout gaat. Dit bestaat in twee vormen; ten opzichte van de werknemers zelf en ten opzichte van anderen vanwege fouten van werknemers. Op beide terreinen is er veel mogelijk met betrekking tot het voorkomen van aansprakelijkheid. Wie een skeeler-school heeft, zal helmen verplicht moeten stellen om niet aansprakelijk te zijn. Ook moeten de werknemers zelf een beetje in toom gehouden, want als ze op een bedrijfsuitje de BBQ in de fik steken, moet de werkgever alles betalen. Behalve BV’s en algemene voorwaarden, is het dus ook verstandig voor ondernemers om eens kritisch door het bedrijf te lopen samen met Mr. Vlieger, om te bedenken wat er allemaal fout kan gaan en hoe dat niet juridisch, maar juist feitelijk aansprakelijkheid voorkomen kan worden.

Aansprakelijk stellen

Wellicht wilt u juist zelf iemand aansprakelijk stellen? Als een reisorganisatie niet genoeg maatregelen neemt om schade te voorkomen, dan kan het zijn dat zij aansprakelijk zijn voor uw letselschade en inkomensderving. Of u heeft een arbeidsovereenkomst en wilt meer weten over werkgeversaansprakelijkheid. Als een levering onderdelen niet goed was, en uw klanten spreken u aan voor schade, is dat dan volledig te verhalen op de sub-leverancier? Heeft u een deel van de opdracht uitbesteed en heeft deze ZZP-er er een potje van gemaakt? Of bent u op weg naar werk aangereden en twijfelt u of u de automobilist of uw werkgever aansprakelijk moet stellen? Mr. Vlieger adviseert graag of en op wie de schade verhaald kan worden.

 


AANSPRAKELIJKHEID BEDRIJFSUITJES

.


 


BESTUURDERS­AANSPRAKELIJKHEID

.


 


CONCURRENTIEBEDING

.



 


WERKGEVERS­AANSPRAKELIJKHEID


.


 


AANSPRAKELIJKHEID VOOR DIEREN

.